lees ook: "Een programma voor de bromfietsende jeugd in het Voortgezet Onderwijs" In Nederland worden op dit moment 650.000 brom-/en snorfietsen gebruikt. Per jaar komen daar ongeveer 50000 bij. Ieder jaar sterven er ongeveer 110 bestuurders in deze catego-rie. De meeste van hen zijn jongeren in de leeftijd tussen de 16 en 21 jaar met een piek bij de 16 en 17- jarigen.Er zijn daarbij jaarlijks ongeveer 9000 gewonden, waarvan er ongeveer 2000 in het ziekenhuis terechtkomen. Vele honderden raken jaarlijks zo ernstig gewond dat zij hun verdere leven invalide blijven. Met name bij de jongeren is de brom-/ en snorfiets bijzonder populair. Dit komt voornamelijk doordat de branche, qua vormgeving en kleur-stelling voor flitsende modellen zorgt. Uit een onderzoek in 1996 kwam naar voren dat de politie te weinig brom- en snorfietscontroles had gehouden. Daarvoor waren twee oorzaken te vinden. Ten eerste bleek de politie op straat niet voldoende bekend met de tech-niek om gedegen controles te houden. Ten tweede brachten de controles zo'n enorme administratieve rompslomp met zich mee, dat chefs niet bereid waren hun mensen daarvoor in te zetten.
De argumenten om geen controles te houden waren hiermee wegge-nomen. De projectgroep besloot echter nog een aantal wijzigingen in het brom-/snorfietsbeleid door te voeren. In plaats van de opgevoerde brom- en snorfietsen op het bureau te demonteren, werd besloten dit ter plekke te doen. Opvoeronderdelen of te veel decibel producerende uitlaten werden meteen verwijderd. Het weghalen van de opvoeronderdelen en het meten van het vermogen en de geluidsproductie werd gedaan door specialisten. Door het zogenaamde lik-op-stuk-beleid werden brom- en snorfietsers direct geconfronteerd met hun fouten. Ze moesten immers lopend naar huis. Bovendien zag het publiek dat er wat aan opgevoerde brommers gedaan werd. Bijkomend probleem is de geluidsoverlast. Ongeveer 50% van alle bromfietsen voldoen niet aan de wettelijke geluidsnormen. De snorfiets mag maximaal 90 Decibel en de bromfiets maximaal 97 Decibel produceren. Andere geconstateerde problemen zijn het niet dragen van een goedpassende helm, het ten onrechte voeren van een oranje plaat terwijl sprake is van een bromfiets en het verwijderen van chassis - en typegoedkeuringnummers, waardoor de statusbepaling en de identificatie van het voertuig wordt bemoeilijkt. De Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid heeft becijferd dat ongeveer 5% van alle bromfietsletsel ongevallen te wijten is aan onjuist helmgedrag. Het niet dragen van de helm, of de kinband niet vastmaken, heeft geleid tot een onacceptabel hoog aantal ongevallen met hersenletsel. Het ten onrechte gebruiken van de oranje plaat op bromfietsen heeft hier nadrukkelijk mee te maken. Op deze wijze wordt op bromfietsen gereden als ware het een snorfiets, uiteraard zonder gebruikmaking van een helm.
Bij de identificatie van het voertuig kan de politie op kantooruren soms via de verzekeringsmaatschappijen de informatie van een eigenaar achterhalen. De verzekeringsmaatschappijen blijken vaak niet bereid (uit privacy overwegingen) om de noodzakelijke informatie te verstrekken. Daar komt bij dat ongeveer 200.000 voertuigen per jaar van eigenaar verwis-selen en de verzekering hierbij overgaat naar de nieuwe eigenaar. De verzekeringsmaatschappijen weten dan vaak ook niet wie hun cliënten zijn!. Indien een bromfietseigenaar bij diefstal aangifte doet bij de politie, dient hij o.a. een framenummer op te geven. Bij de aangifte wordt meestal gebruik gemaakt van de gegevens die op een verzekeringsbewijs staan. Vaak komt deze informatie niet overeen met de werke-lijke status van het voertuig. Op deze wijze komt een gestolen bromfiets op een verkeerde wijze in de politieregisters ter opsporing terecht en zal vrijwel nooit meer bij de rechtmatige eigenaar terug komen. Kortom de politie wordt bij de handhaving van naleving van de regels met dit voertuig zeer veel problemen geconfronteerd. Het lik-op-stuk-beleid is na jaren ongetwijfeld het grootste succes van het brom-/snorfietsproject gebleken. De pimpelpaarse Procar van de Amsterdamse Verkeersdienst boezemt nog steeds heel wat jongeren in Amsterdam en omgeving angst in. Het ter plaatse demonteren van brom-/snorfietsen onderdelen wordt bovendien door het publiek gezien, dat hierdoor een veiliger gevoel krijgt. Dat de verkeersveiligheid is verbeterd blijkt ook wel uit de cijfers. Tussen 1990 en 1998 daalde het aantal ongevallen met brom- en snorfietsen maar liefst met 32 procent!De regio Amsterdam-Amstelland zit nu zelfs onder het landelijke gemiddelde. Het aantal doden en gewonden door brom-/snorfietsongevallen is eveneens afgenomen. Het aantal opvoerde snorfietsen is helaas slechts licht gedaald. Daarentegen zijn er een stuk minder opgevoerde bromfietsen. Het helmgebruik is verbeterd en het aantal bromfietsen dat is voorzien van een goedkeurnum-mer is aanzien-lijk gestegen.
Het Amsterdamse brom-/snorfietsprojectteam heeft naast het leveren van kennis, personeel en materiaal nog een andere belangrijke taak gehad. Vanaf 1992 tot 1999 zaten leden van de DVP in de werkgroep Brom-/snorfiets, die werd opgericht door de ministeries Verkeer en Waterstaat en Justitie. Verder zaten in deze werkgroep de ministeries Binnenlandse Zaken en Economische Zaken, de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW), de ANWB, Veilig Verkeer Nederland, Bovag en de RAI-vereniging. De werkgroep gaf de minister van Verkeer en Waterstaat adviezen over de bromfietsproblematiek en had als hoofddoel het verbeteren van de inrichtingseisen en de regelgeving voor brom- en snorfietsen. Tevens streefde de werkgroep ernaar om door middel van onderlinge afspraken met de brom-/snorfietsbranche en de Europese Verkeescommissie te komen tot de ontwikkeling van niet op te voeren snorfietsen en zeer moeilijk op te voeren brommers. Tenslotte hielde de werkgroep zich bezig met het invoeren van een kenteken voor brom-/snorfietsen.
Een landelijke politiewerkgroep heeft in 1997, namens de Advies Commissie Verkeer van de Raad van Hoofdcommissarissen, een inventa-risatie gemaakt van de problemen die door de politie met brom- en snorfietsen in de praktijk wordt ervaren. De taak van deze werkgroep was ook -het doen van voorstellen tot verbetering van de verkeersveilig-heidspositie van de brom- en snorfietser. Deze aanbevelingen zijn in februari 1997 aan de Minister van Verkeer en Waterstaat overhandigd. Door de inzet van een aantal politiespecialisten bij de verkeerspolitiediensten van Rotterdam, Haaglanden en Amsterdam-Amstelland, en door de eendrachtige samenwerking met de ANWB, de RAI / BOVAG en verschillende verzekeringsmaatschappijen, heeft het Ministerie van Verkeer en Waterstaat besloten om de brom- en snorfietsen te voorzien van een kenteken en de bromfietsbestuurders op de rijbaan te laten rijden in plaats van het fietspad. Inmiddels is dit door de 2e Kamer van het Parlement op 8 september jl. goedgekeurd en gaat de regeling in op 15 december as. Binnen twee tot drie jaar worden alle brom- en snorfietsen gekeurd en voorzien van een kenteken. |